Je zou het niet zeggen als de kersenboom zoveel moois en zoets te bieden heeft. Maar toch is het zo. Deze week neemt de wind de overhand en lijkt het ochtendgloren om 5 uur vroeg een hittegolf te beloven. Wanneer je echter rond de klok van tienen buiten bent, zie je in de verte dreiging komen. En voel je de kou langs de benen kruipen. De honden staan met hun neus in de wind en zullen ongetwijfeld onbekende geuren in zich opnemen. De wind volgt altijd wel zijn eigen agenda en de grijze lucht duwt die enkele streep wolk in open en argeloos blauw genadeloos uit de weg. Zelfs een paar straaljagers kunnen het onvermijdelijke niet verzachten. Hun witte strepen steken desalniettemin parmantig af in het bescheiden en verdreven wolkendek.
De symboliek der dingen houdt me ook deze week trouw gezelschap, net als de vierpotige huisgenootjes die in hun eigen dynamiek voor afleiding en een glimlach zorgen. Maar het doet niet af aan wat de ziel en het hart gewaar zijn. En happend aan de glimmende kersen die altijd maar naar meer smaken, ontsproot er zich na lang weer eens een gedicht:
Hij had haar met somberheid geslagen
Toen ze in een onbewaakt moment
Haar wang de andere kant toekeerde.
Er is nooit een blauwdruk
Voor geen enkele weg
Geen enkel einde
En geen enkel nieuw begin
Maar ze wist niet dat hij
Zo snel zo gauw
-Zo opportuun-
Zijn slag zou slaan
Hij had haar met somberheid geslagen
En zich met rede verweerd
Zij kan zich alleen vanuit instinct beraden
En maar zien hoe het tij zich voor haar keert
Er is niemand
Die beter zorgt
Voor zelf
Dan zelf
Want de ander
Is allang weg
En heeft -bij nader inzien-
Ook nooit echt dichtbij willen zijn

0 reacties:
Een reactie plaatsen