donderdag 8 november 2012

Samen zijn

Dit is Oskar (klik foto voor grote weergave). Een van de drie kittens die ik in juli mee naar huis nam. Noodzaak. Omdat Oskar niet bij zijn moeder dronk en anders zou sterven. Hij heet Oskar omdat hij zo klein en zwak als hij was, toch een enorme keel opzette toen ik hem probeerde aan het drinken te krijgen. Een schrille lange door merg en been gaande schreeuw net als Oskar in de film Die Blechtrommel, waarna het kopje uitgeput naar beneden viel en ik dacht dat hij op dat moment de geest had gegeven. Enkele uren later, na een nieuwe poging van mij hem aan het drinken te krijgen, zag ik zijn tongetje ietwat spastisch de kittenmilk proberen op te likken, en had hij hiep hiep hoera een manier gevonden zichzelf te voeden. Oskar zou niet doodgaan. Hij zou blijven leven. Wat een opluchting.

We zijn nu enkele maanden verder. Oskar is de enige kater in huis nu Bazooka overleden is. Nog elke dag wordt Bazooka gemist door de rest van de kattenfamilie. Ze strijken met hun kopjes langs de plekken waar Bazooka zijn geur af gaf, Sumi rent luid gillend door het huis in de hoop dat ze door Bazooka gevolgd wordt tot achter de kast in de huiskamer... omdat dit hun dagelijkse routine was. Het is heel raar om Sumi zo te zien, en hoe ze vervolgens op de plekjes gaat kijken waar hij normaliter lag te slapen. Het dekentje in de hoek boven aan de zoldertrap. De stoel bij het zolderraam. Het kraaiennest in de werkkamer. Het matje voor de kachel in de werkkamer. Geen Bazooka.

Oskar praat. Hij brabbelt. Hij begint met een hoog toontje en laat dit dan zingend naar beneden lopen, met nog een klein hoog toontje aan het slot van zijn zin. Een vraagteken. Oskar doet vraagtekens, uitroeptekens en one liners. Bij de kapstok hangt een lange jas. Bazooka streek daar vaak langs, met zijn lijf en staart. Geen sproeien zoals katers kunnen doen, maar er gewoon langs strijken. Nu is die plek in de overloop op de eerste verdieping een soort van verzamelplek geworden. En staan er soms drie katten te snuffelen, hun kopjes tegen mijn jas aan te wrijven of er voor zich uit te staren. Maar Oskar vraagt. Hij vraagt "waar is Bazooka?"

Op de ochtend dat Bazooka was aangereden, zat Oskar op het tafeltje naast mijn bed. Hij brabbelde aan een stuk door en duwde zijn pootje telkens in mijn gezicht, waarbij zijn ogen mij indringend aankeken. Zo werd ik die ochtend wakker gemaakt, nadat ik na de gebruikelijke 5 of 6 uur ochtendroutine (iedereen eten geven en Bazooka rond zevenen door het keukenraam naar buiten laten) weer lekker even terug de warmte in was gedoken. Het was tenslotte zondag. Gewoon nog even helemaal niets. En Oskar maakte me wakker. Telkens dat pootje in mijn gezicht. En even later ging de deurbel.

De taal van dieren is bijzonder. Communiceren met dieren is bijzonder. Ik geniet dan ook elke dag van hun gezelschap en aanwezigheid, en wanneer ik buiten loop en andere dieren zie of hoor, dan besef ik dat ik in de loop der tijd steeds meer ben gaan begrijpen. Terwijl ook dat wat ik begrijp slechts een fractie is van een groter geheel.

Maar als je andere levende wezens met respect benadert, en je niet opstelt als een superieur wezen, dan gebeuren er mooie dingen.

Geen opmerkingen: