zondag 29 juni 2014
Wie zaait, die oogst
Dit gehucht viert feest vandaag, compleet met rommelmarkt en alle toebehoren van dien. Broodjes bier koffie Belgische worsten en ook voor kinderen en ieder ander elck wat wils. Slechts 100 meter van waar ik woon maar ik blijf er weg. Niks zien is niks overbodig kopen, ook niet voor 50 eurocent (of minder, of meer). Deze dag begon druilerig met manisch bezoek nog voor de klok 9 uur geslagen had. Manisch zorgt voor frictie en woordenwisseling, men is dus duidelijk vergeten medicijnen in te nemen. Telefoon kwijt, alarm gaat niet af dus geen pilletjes op tijd in dat biologisch ontregeld huishouden. Vandaag manisch, morgen gegarandeerd depressief. Tja.
Lezen in "Ik zal nooit meer stout zijn" over jeugdzorg-horror stemt ook niet vrolijker, maar het leest absoluut als een thriller, ja. Het is echter realiteit. In wat voor bizarre wereld leven wij! Er wordt in jeugdzorg-contreien naar mijn gevoel teveel (understatement) en te snel gesmeten met termen als borderline, traumatische stress disorder en al wat nog meer uit die psychiatrische bolhoed stuitert. Ik heb geen kinderen, dus in die context gelukkig ook geen jeugdzorg(en). Ik heb wel te maken gehad met het psychiatrisch en psychologisch circus toen ik 26 jaar was en hyperventileerde. Ik wilde van die hyperventilatie, paniekaanvallen en andere plotse fobieën af. "Een existentiële crisis", zei mijn huisarts die me sinds de babytijd kende en me toen ik 7 was nog pijnlijk in een bil geprikt had omdat ik niet stil bleef zitten. (Enige troost toen waren een zacht kussen bij mijn tante thuis, en mijn nieuwe zwarte fel glimmende laarzen met geborduurde versiersels uit Hongarije. Terwijl de bil pulserende pijnstoten produceerde, boden die laarzen enig soelaas.)
Met een verwijskaart "voor een goed gesprek" toog ik van huisarts naar diverse geestelijke gezondheidsdeskundigen waarvan de laatste twee goede gesprekspartners zijn gebleken, maar de tweede me vooral bevestigde in alles wat ik tegen de psychiatrie en/of geestelijke gezondheidszorg heb. Met mijn cognitieve vermogen of analytische gesteldheid/perceptie was niets mis. Ik zat emotioneel alleen danig aan de grond, dat ik geen greintje weerstand meer had, mijn stalen zenuwen tot pulp vermalen na een hectische -avontuurlijke- zomer in 1989 en wat tropenjaren-gevoel sinds de zelfverkozen dood van mijn jongere broer Freddy in augustus 1987. Ook al wil je het absoluut niet, het is toch van grote invloed op je eigen bestaan, omdat er buiten jezelf ook nog je omgeving is. Dat eerder vernoemde avontuur bestond overigens grotendeels uit reizen met de geest, het denken tot levenskunst verheffend, althans, zo veronderstel je in die jeugdige (hoog)moed. Alles om maar niet te hoeven voelen, zo weet je achteraf, om niet ECHT te hoeven voelen wat er mis is met en in de wereld. Want "het klopte niet."
De druk van derden is voortdurend merkbaar. Waar is de ruimte om echt tot jezelf te komen, ver weg van ruis, rumoer en andermans projectie... Die ruimte was er niet. Dus heb je geen keuze en reageert het lichaam zoals het niet anders kan, uit zelfbescherming. Het levert je over aan die waanzin, die wereld, dat drukke labyrint vol ruis, rumoer en andermans projectie. Wat volgden waren vier moeizame jaren en leren opnieuw vertrouwen te hebben in zelf. Van modus overleven naar modus leven. Van tot onder de bodem gaan naar niet eens meer de oppervlakte verwensen.
Terug naar geestelijke gezondheidsdeskundige #2. A. de B. Natuurlijk associeerde ik de naam meteen met de grappen en grollen van Neerlands Hoop in oh wacht, nee, dat is een ander duo... dus dat hield de papieren zak bij eerste kennismaking fijn in de tas. Toen hij echter zijn vinger in zijn mond stopte en er op begon te zuigen en sabbelen en me daarbij indringend aankeek en vroeg of ik misschien voorstellingen had van dat ik betast werd door onzichtbare entiteiten, toen welde de hyperventilatie allengs heel snel op, evenzo al mijn weerstand om die hyperventilatie de kop in te drukken en rustig te blijven bij zo'n dubbel-gedraaide halve zool!
Potverdorie, dacht ik, terwijl ik mijn ademhalingstechniek probeerde te reguleren en tot honderd telde, potverdorie, zit ik hier in zo'n kamertje met een gediplomeerde randdebiel die kwetsbare mensen over de rand duwt met dat soort rare vragen. NOU MOOI MIJ NIET. Ik gaf zo goed en kwaad als mogelijk antwoord op zijn vragen, waarop hij me een neurolepticum voorschreef. Antipsychotica, dat gaf hij mij. Ik was niet psychotisch, ik had geen waanvoorstellingen, ik had hyperventilatie en wilde daar vanaf. Hoe moeilijk kan dat zijn?
Over het effect van dat medicijn kan ik kort zijn. Zowel mijn linkerhelft als rechterhelft hersenmassa lustten er geen cocktail van. In mijn lichaamseigen chemisch huishouden werd ik me een weerstand gewaar die zich anders dan bij de Prozac (een kuur van 7 dagen voorgeschreven door huisarts, het medicijn was sinds 1987 op de markt; de eerste 4 dagen werkte het als een stofdoek die de depressieve deeltjes verwijderde, tot op dag 5 een van beide hersenhelften heftig tegensputterde en ik subiet stopte) al na 2 dagen manifesteerde. Huppekee, weg met het pleewater, het riool in. Arme vissen en andere waterwezens denk ik nu...
Psychologen en psychiaters, daar zit verschil in. Ik wilde zelf met een psychiater praten omdat deze zich na hun studie geneeskunde specialiseren en dan pas psychiater worden. Indertijd waren het voornamelijk gynnasiumklanten die zich tot geneeskunde en psychiatrie bekeerden. Dus dat in die hoek meer herseninhoud en dus de mogelijkheid tot een goed gesprek zou zijn, dat leek hoogst aannemelijk. De realiteit bewees echter anders. Gelukkig kon ik tussen de hyperventilatie, pleinvrees en andere fobieën door toch nog zelf beslissen wat ik wel en niet wilde, dus werd A. de B. (hij is nog steeds werkzaam in de psychiatrie) bedankt en kwam de volgende deskundige in beeld.
Het was ook mijn tijd uitzitten, toen. Wachten tot de zenuwen zodanig hersteld waren dat ik weer op eigen houtje de wereld in kon zonder zweet in de handen of een zwembad-achtige echo in de oren, omdat de drukte en het rumoer van buiten me teveel werden. Zonder vooraankondiging, boem, teveel, overload, system shutdown. Dat wens ik echt niemand toe! Moraal van dit verhaal? Die is er niet, wellicht slechts het advies om je nooit gek te laten maken in en door een wereld met mensen die zoals Jezus ooit zei niet weten wat ze doen.
Dit soort overpeinzingen ligt wel ten grondslag aan wat me zo raakte toen ik bekend werd met de jeugdzorg horrorverhalen, en hoe een gevoelige kinderziel al snel verminkt raakt in dergelijke circuits. Zodoende doemen herinneringen op. Van prille jeugd tot decennia later, tot gisteren en nu.
Wij zijn het die ZELF onze grenzen dienen te bemerken en aan te geven, die zelf ons gezond verstand moeten blijven gebruiken, in een wereld die altijd hard en lelijk zal schijnen, al naar gelang onze ervaringen of houding. Ik heb het wel op eigen houtje gered, zonder opnieuw zenuwen van staal te bezitten, want die zijn niet meer nodig, als dat überhaupt zo nodig zou zijn geweest. Maar de mens heeft als het goed is een ingeboren mechanisme, een instinct dat op overlevingsmodus gaat, een strijd op leven en dood, alles of niets (zoals besproken in een van de sessies met A. de B., behalve zuigen op zijn vinger kon hij bij tijd en wijle toch ook wel iets zinnigs concluderen).
Er zijn echter ook mensen die niet sterk genoeg zijn, die verloren en verstrikt raken, of eeuwig onder een toeziend oog van hen die vooral ook maar menselijk zijn en dus fouten -kunnen- maken. Indien dit moedwillig en bewust gebeurt, zoals bij Bureau Jeugdzorg en de William Schrikker Groep en anderen... dan is het ronduit crimineel en moeten die instanties worden aangepakt. Zonder pardon.
Deze zondag mijmer ik verder over mijn Frans-Moluks bloed. En zou, als ik terug in de tijd kon reizen, graag met mijn voorouders kennismaken. Misschien dat ik de wereld zoals die vandaag is er beter door begrijp, of met hernieuwd optimisme al wat slecht is kan bestrijden.
donderdag 19 juni 2014
Food for Thought (1)
woensdag 4 december 2013
woensdag 27 februari 2013
Opgeruimd
M'n ziel jeukt
Op plekken
Waar ik niet
Krabben kan
Zo wringt ie zich
In bochten
Soms zeer complex
Gevlochten
Maar meestal
Lacht ie
In buldernood
En sterft ie
Liever de kieteldood
En draagt ie
Met uiterste
Discipline
De jeuk
Maar niet
Het juk
Van origine
(uit 1991)
donderdag 8 november 2012
Samen zijn
We zijn nu enkele maanden verder. Oskar is de enige kater in huis nu Bazooka overleden is. Nog elke dag wordt Bazooka gemist door de rest van de kattenfamilie. Ze strijken met hun kopjes langs de plekken waar Bazooka zijn geur af gaf, Sumi rent luid gillend door het huis in de hoop dat ze door Bazooka gevolgd wordt tot achter de kast in de huiskamer... omdat dit hun dagelijkse routine was. Het is heel raar om Sumi zo te zien, en hoe ze vervolgens op de plekjes gaat kijken waar hij normaliter lag te slapen. Het dekentje in de hoek boven aan de zoldertrap. De stoel bij het zolderraam. Het kraaiennest in de werkkamer. Het matje voor de kachel in de werkkamer. Geen Bazooka.
Oskar praat. Hij brabbelt. Hij begint met een hoog toontje en laat dit dan zingend naar beneden lopen, met nog een klein hoog toontje aan het slot van zijn zin. Een vraagteken. Oskar doet vraagtekens, uitroeptekens en one liners. Bij de kapstok hangt een lange jas. Bazooka streek daar vaak langs, met zijn lijf en staart. Geen sproeien zoals katers kunnen doen, maar er gewoon langs strijken. Nu is die plek in de overloop op de eerste verdieping een soort van verzamelplek geworden. En staan er soms drie katten te snuffelen, hun kopjes tegen mijn jas aan te wrijven of er voor zich uit te staren. Maar Oskar vraagt. Hij vraagt "waar is Bazooka?"
Op de ochtend dat Bazooka was aangereden, zat Oskar op het tafeltje naast mijn bed. Hij brabbelde aan een stuk door en duwde zijn pootje telkens in mijn gezicht, waarbij zijn ogen mij indringend aankeken. Zo werd ik die ochtend wakker gemaakt, nadat ik na de gebruikelijke 5 of 6 uur ochtendroutine (iedereen eten geven en Bazooka rond zevenen door het keukenraam naar buiten laten) weer lekker even terug de warmte in was gedoken. Het was tenslotte zondag. Gewoon nog even helemaal niets. En Oskar maakte me wakker. Telkens dat pootje in mijn gezicht. En even later ging de deurbel.
De taal van dieren is bijzonder. Communiceren met dieren is bijzonder. Ik geniet dan ook elke dag van hun gezelschap en aanwezigheid, en wanneer ik buiten loop en andere dieren zie of hoor, dan besef ik dat ik in de loop der tijd steeds meer ben gaan begrijpen. Terwijl ook dat wat ik begrijp slechts een fractie is van een groter geheel.
Maar als je andere levende wezens met respect benadert, en je niet opstelt als een superieur wezen, dan gebeuren er mooie dingen.
zondag 4 november 2012
Bazooka
Maar deze zondag markeert een gebeurtenis welke maar moeilijk te vergeten is. Dus kan ik het beter in een blog verwerken en het op die manier een plek proberen te geven. Vorige week zondagochtend is mijn lieve binnen- en buitenkater Bazooka door een auto aangereden. Hij heeft het niet overleefd. Hij was net als BruBru een buitenkat die ineens opdook. BruBru heeft zich inmiddels meervoudig voortgeplant en laat zich in mijn tuin niet meer blikken. Hij verblijft enkele weilanden en tuinen verderop, tegenwoordig. Maar ik heb wel drie van zijn kittens in huis, omdat ze op de boerderij waar ze geboren waren weinig kans maakten. Met die drie kittens gaat het hartstikke goed. En eerder dit jaar was er dus Bazooka bij gekomen.
Een cyperse kat die aanvankelijk op afstand bleef, maar opeens toch benaderbaar was met een hoog knuffelgehalte. Niet lang daarna kwam hij bloedend mijn tuin in waar ik op dat moment net BruBru van eten voorzag. Bazooka bloedde uit zijn neus, op de tong en rondom zijn linkeroog. Het lukte me hem te vangen en naar de dierenarts te brengen. Die heeft hem gelijk ook maar gecastreerd. En toen moest Bazooka een week binnenshuis blijven. Dat was spannend, een onbekende zwerver in huis nemen waar al twee honden en twee poezen wonen. Maar het ging wonderwel goed en Bazooka bleef. Al ging hij op een gegeven moment wel weer gewoon naar buiten. Want dat was hij gewend. Binnen houden was in zijn geval dierenmishandeling geweest. Hij was echter niet zo dol op wind en regen en bleef dan wel graag spinnend in huis.
Elke avond riep ik hem binnen. Ik noemde hem ook wel Menneke. Want dat was ie ook. Een lief menneke. Hij was geweldig met de honden, niet moeilijk bij de dierenarts en ook tijdens de kennismaking met Souris en Sumi stelde hij zich enorm geduldig en rustig op. Prachtig om daar getuige van te zijn geweest.
Het is na een week nog steeds moeilijk om hem niet meer om ons heen te hebben. Elke avond als het begint te schemeren wil ik nog naar buiten om hem binnen te roepen. Geregeld kijk ik nog of ik hem ergens op een muurtje of in een tuin zie genieten. Want dat kon ie als de beste. Genieten van het buiten zijn.
Voor nu laat ik het hier bij. Een filmpje van zijn eerste dag weer buiten na die verplichte week binnen, eind april begin mei.
zondag 18 maart 2012
Vermoord: Cach, vriendje van Sara en Sascha
![]() | ||||||
| Tijdens de paddentrek 2011, Cach (rechtsonder) kijkt toe hoe zijn vondst veilig in de vijver terecht komt |
Het is deze week weer horror in het dorp. Drie dagen geleden kregen we bericht dat we op moesten letten. In een van de straten had een hond namelijk een stuk vergiftigde vis gegeten. Het arme dier heeft het overleefd, maar toch, dat iedereen voorzichtig moest zijn was de boodschap.
Vanmorgen heel vroeg een droeve email met een heel kort bericht. Cach, een van de leukste en liefste honden in het dorp en vriendje van Sara en Sascha, is gistermiddag na het eten van een vergiftigd stuk aas ter plekke overleden. Boven op de Tiendeberg in Kanne, aan de rechterkant richting kanaal.
Het voorval met de andere hond gebeurde niet ver van de Tiendeberg vandaan, en dicht bij een Natagora natuurreservaat.
De mensen die dit doen, zijn on-mensen. Hondeneigenaars en de dieren zoveel leed bezorgen, dan heb je echt een steek los, dan ben je echt hartstikke gestoord!! Ik heb er de hele dag al buikpijn van. Temeer omdat ik eergisteren zelf op de Tiendeberg was, en steeds een stemmetje hoorde, liever niet hier. Uiteindelijk ben ik de andere kant op gelopen en verdween het onrustig gevoel. Dat weet ik echter ook aan de waarschuwing, omdat het dezelfde buurt betreft.
Tja. Woon je in een prachtige vallei met Vlaamse en Waalse beheerde natuurreservaten... is het er toch niet veilig voor de dieren. Want het zijn uiteraard niet alleen onze viervoeters die slachtoffer worden. Natuurhulpcentrum Opglabbeek krijgt geregeld meldingen van vergiftigde buizerds...
Er zijn meer mensen die op deze vreselijke manier hun huisdier hebben moeten afstaan hier in de regio. We gaan de gemeente(n) en natuurverenigingen eens benaderen. En anders zelf actie ondernemen en de jagers, stropers en gifmengers eens iets anders vertellen!!
.jpg)




