
Het huis ruikt naar gebakken loempia. Klopt als een loempia, want dat heb ik de afgelopen minuten gedaan, ik bakte loempia na loempia. Er komt min of meer onverwacht bezoek vanavond (ja, we leven in de westerse wereld alwaar visite zich doorgaans schriftelijk en in drievoud al weken soms zelfs maanden vantevoren aankondigt) en behalve twee flessen rode wijn, enkele flesjes Jupiler, twee pakken frisdrank en koffie of thee, hoort er ook een hapje bij. Onze twee honden Sara en Sascha stonden onvermoeid in de keuken, kwispelend met hoopvolle blikken in hun alsmaar schattiger staande oogjes. Nee. Dit is niet voor hondjes. Dit is voor de mensjes.
Onze hondenwezens vormen een belangrijk deel van dit huishouden. Ze zijn zondermeer de spil waar het allemaal om draait. We werken om voor hen eten te kunnen kopen, we werken om maandelijks de huur te kunnen betalen van dit huis waar zij al naar gelang hun voorkeur en stemming op stoelen, de bank, in hun mandjes, op ons bed (lees HUN bed) vertoeven... Kortom, we weten waar we het voor doen. We streven naar een optimaal welzijn van onze viervoeters. We krijgen er ook zoveel voor terug, als dat al een reden zou zijn.
Een leven zonder honden als gezinslid of metgezel is ondenkbaar. Waar de mens het nog wel eens wil verpesten door de grillige menselijke natuur, daar zalven de viervoeters zondermeer met hun vriendelijke welwillende uitstraling en dankbaarheid. Eigenschappen die zo puur en eerlijk zijn dat je je echt gaat afvragen hoe het zo ontstaan is in de schepping of evolutie. Wat maakt viervoeters tot wat ze zijn, wat is het geheim van de bijzondere band tussen mens en dier?
Toen ik vorige week bij m'n oom en tante in Hoorn logeerde (ivm het boek over Amsterdam), kwam ik in een huis dat ik van kindsbeen aan goed ken. Het was altijd feest als we naar Hoorn gingen met de intercity. Voordat ze naar Hoorn verhuisden en mijn vader het bezit van een auto nog kon pruimen, reden we geregeld naar Amsterdam-Noord, de Werengouw te Nieuwendam. Want daar woonden ze toen. Daar hebben we ook voor het eerst kennis gemaakt met onze jongere nichtjes. Mijn neefje moest toen nog geboren worden.
Inmiddels zijn twee van de vijf kinderen niet meer in leven. Mijn jongere broer zou 24 augustus 43 jaar zijn geworden als ie in 1987, ook alweer twintig jaar geleden, geen eind aan zijn bestaan had gemaakt. Mijn nichtje, in wiens oude kamer ik vorige week sliep, is er sinds 1991 niet meer, zij was ook nog een prille twintiger toen zij vrijwillig de dood verkoos. In de kindertijd hebben we geweldige vakanties en weekenden meegemaakt, het was hoe dan ook altijd feest. Daarom erg fijn om te beseffen dat een positief gevoel overheerst, dat hun dood geen grauwe sluier trekt over het beleven, zoals we deze hedentendage ervaren.
In het halletje sieren aan de muren bonte verzamelingen foto's, maar ook een groot portret van twee viervoeters waar mijn tante een groot zwak voor had. Het zijn de honden van mijn ouders, Doobie en Wammes (inmiddels ook al geruime tijd niet meer onder ons). Doobie was een zwervertje, of een verlaten pup, door mijn vader en mijn broertje gevonden tijdens hun wandelingen met Wammes. Doobie was erg wantrouwig en bloednerveus, maar de wijze Wammes had een merkwaardige kalmerende uitwerking op de prachtige roodbruine hond die ogen had alsof ie stapels pillen had ingeslikt. Volgens betrouwbare bronnen was de mogelijkheid zeer groot dat Doobie afkomstig was van een drugsboot in de stad, blijkbaar had men ervaring met het feit dat jonge hondjes 'per ongeluk' aan drugs werden blootgesteld.
Ik woonde niet meer thuis en schrok me een hoedje toen er ineens een bange woest grommende hond door de huiskamer rende. Alleen mijn broer en mijn ouders (en Wammes) vertrouwde hij, alle andere mensen waren fout nieuws en lokten viervoetig ijsberen uit. Het heeft maanden geduurd eer Doobie ook mij tot zijn kring van vertrouwelingen toestond en was je eenmaal binnen, dan gaf ie zich helemaal. Voor zover van toepassing. Doobie bleef zijn hele leven lang enigszins gereserveerd, met enkele emotionele uithalen die vertaald werden in piepende geluiden. Hij liet zich wel graag knuffelen en hield een soort van stoicijnse blik, zo stond zijn gezicht nou eenmaal. Wammes en Doobie waren zo hecht als ik nu bij Sara en Sascha zie. Zo volledig op elkaar ingespeeld en afgestemd. Toch met elk een eigen persoonlijkheid, een eigen karakter.
In zijn afscheidsbriefje schreef mijn broer dat hij vooral Doobie en Wammes missen zou. Vreemd genoeg zie ik ze in gedachten fijn allemaal samen. Hij en alle viervoeters. Want voor Doobie en Wammes was er Loeki, ons eerste hondje... En later had ik nog een Husky, Djenghis geheten. Op tragische wijze aan zijn eind gekomen, samen met zijn maatje Doerak, een jonge Malamut. En dan is er nog Lisa, de Sint Bernardshond.
4 opmerkingen:
(in het vorige stukje zaten zoveel schrijffouten, dat ik hem maar verwijderd heb)
Het is bizar hoe diep de liefde voor een hond kan zitten. Na mijn twaalfde heb ik nooit meer gehuild. Ik heb er zelfs niet de minste behoefte aan gehad, al zou ik er twintig redenen voor hebben.
Maar toen mijn Berner Senner Joy stierf heb ik bijna twee weken aan een stuk gehuild. Sindsdien staan de poorten weer helemaal open.
Hey Jan Paul... ja, ik begrijp het volkomen. Toen ik vorig jaar die vier hondjes vond, was het liefde op eerste gezicht, helemaal verliefd. En een ongelooflijk sterk gevoel van verantwoordelijkheid, betrokkenheid. Zeker toen de bruine pup (Sara) zich tegen me aan wierp en een diepe zucht slaakte, zo van, hehe, eindelijk veilig. Nou, dan heb je geen keus en wordt iets dat groter dan jou is baas van je gevoel, of zoiets.
De foto van Fred met Lisa en Wammes was in het bezit van Jurko. Jurko was mijn eerste serieuze vriend, we woonden vier jaar samen maar bleven daarna eigenlijk altijd nauw bevriend. Sommige mensen zijn eerder familie, zo ook Jurko. Een bepaald soort instant vertrouwdheid, iets wat je zelden vaker tegenkomt, denk ik. Jurko (in 2005 overleden) had het maar moeilijk met de dood van Freddy. Jurko had het uberhaupt moeilijk met de dood van mensen die hem na stonden. Vooral omdat hij zelf ook met een chronisch doodsverlangen worstelde, maar naar eigen zeggen 'te laf' was om er daadwerkelijk iets aan te doen. Zoals Freddy en later ook mijn nichtje deden.
Jurko had die foto dus, ingelijst en al. Ik weet nog dat we om de zoveel jaar spullen uitwisselden, zo van "wil jij deze foto terug?" of "gebruik jij dat opklapstoeltje eigenlijk wel?"... Ook gaf hij mij wel eens iets in bewaring, want als levensreiziger was hij veel onderweg, overal en nergens thuis zoals dat heet... Die foto heeft hij na de dood van Freddy vrij lang bij zich gehad. Pas een jaar of zes geleden kreeg ik de foto, in bewaring geloof ik, samen met andere kleine spulletjes. Ik weet nog dat ik er moeite mee had, toen, er niet zo naar kon kijken zoals Jurko hele gesprekken met een foto kon voeren. Het zei mij op die manier vrij weinig. De foto uitstallen in mijn huis, neen, dat deed ik ook niet. Kon en kan en wil ik niet.
Ze zijn niet dagelijks in mijn gedachten. De mensen en dieren van wie we afscheid nemen. Daarom geen foto's. Als ik aan ze denk, over ze denk, dan is dat zo. Ik heb geen foto nodig als herinnering. Of iets.
Maar ik vind het nu wel leuk om deze foto in dit blog te plaatsen, toch een soort van in memoriam, het is per slot van rekening twee decennia geleden. En ooit dacht ik dat ik er heel veel over te zeggen zou hebben, maar dat is niet zo. Tenminste niet op dit moment. Ook niet toen het 13 augustus was, of 24 augustus.
Misschien zegt dat wel genoeg. Over dood en leven. Life goes on. Zo schreef hij per slot van rekening zelf...
Wij hebben besloten dat Sien daarom niet dood gaat. Ze gaat ons heel lang overleven.
Mochten we er naast zitten - het door ons bedachte eufemisme is dat ze 'op kamers gaat wonen' - dan vrees ik dat alles maar dan ook alles wat aan haar doet denken een tijdje uit het zicht moet. Uiteindelijk komt dat weer goed.
Van Joy hen ik een foto bij mijn bed. En de herinneringen zijn alleen vrolijk.
Bij mensen is dat natuurlijk heel anders. Zeker bij de drie in jouw geval. Daar heerst niet alleen de pijn van de dood van twee van hen, maar ook die van hun leven.
Jaaa, van de hondjes heb ik eigenlijk wel foto's staan, tegen een stapel boeken aan hier op de kast. De mensen niet. En ja, het contrast van zelf het leven als een uitdaging zien en ervan genieten, en dan mensen die dichtbij staan zo te zien worstelen. Je gunt ze dan ook dat soort 'euthanasie', uiteindelijk. Neemt niet weg dat je liever ziet dat ze ooook van het leven genieten. En het is ook voor ons niet elke dag feest. Het is inderdaad de pijn van hun leven, eerder dan hun dood. Hun dood voorzagen ze zelf als een bevrijding van het lijden. Dus daar heb je dan ook vrede mee, op de een of andere manier. Het is ook de machteloosheid, dat je iemand niet kunt overtuigen om het leven te omarmen. Iemand niet kan beschermen of afschermen van verdriet.
Als ik mensen ontmoet met zelf-destructieve neigingen, dan word ik altijd iets alerter, wil ik helpen en er iets aan doen om ze op een juist pad te brengen. Dat is dan het gevolg van zulke ervaringen. Ben nu wel voorzichtiger geworden, door schade en schande. Vaak is er een complexe problematiek die misschien met professionele hulp enigszins gestuurd kan worden. Mijn zorg en verantwoordelijkheid niet. Duurde toch 10 jaar eer ik dat besefte.
Mn ouders hebben nu Gaucho, dat was mijn hondje 6 jaar geleden. Wammes was al gestorven en Doobie ging toen ook, ze wilden nooooit meer een andere hond. Maar ik kocht Gaucho ook met het idee, da's goed voor mn ouders. Ze kropen als kleine kinderen op de grond toen ik met de pup aan kwam... Hij was anderhalf jaar toen ik weer fulltime ging werken en hij zo af en toe bij mn ouders te logeren ging. En toen kreeg ik hem niet meer terug hahahaha. Mission accomplished, zoals dat heet. Ik miste hem verschrikkelijk, maar een 'offer' met een goed doel. En ik kon en kan hem zo vaak zien als ik wil... En met onze vondelingetjes kan hij het prima vinden, dus da's driedubbel pret.
Joy is een leuke naam, zal ook een hartstikke leuke hond zijn geweest. Misschien leuk om daar eens verhalen over te schrijven...? Of heb je dat al gedaan?
Zo'n dier maakt ook bepaalde fasen van je leven als mens mee, he. En de persoonlijkheid van een dier, een hond...
De Husky was bv heel afstandelijk en geen knuffelbeest, maar 1 keer kwam ie bij mn op bed liggen, kroop tegen me aan om me te troosten, dat heeft ie 1 keer gedaan toen ik zo'n vriendelijk gebaar ook nodig had. Dat was pure magie, toen. Daarna werd ie weer bedachtzaam, nog steeds lief enzo, maar geen knuffelhond.
Hij ging met mn exvriend mee (ik kreeg de kat) omdat ie erg aan mn exvriend hing en hem levensvreugde gaf ook, het jaar daarna kwam er een Malamut bij. ze woonden in Belgie waar sommige mensen nog gewoon geweren in huis hebben. De husky en malamut zaten wel eens in het kippenhok bij de buren, helaas jachtinstinct aangewakkerd. De buurman heeft ze toen doodgeschoten. Djenghis was pas 4 jaar. Zat die man trouwens echt op te vlassen. Was natuurlijk een drama. Ik hoorde het pas maanden later, maar wist instinctief dat het ooit 'mis zou kunnen gaan' en had me al met het lot verzoend. Soms doe je dat, je hebt niet alles in eigen hand of onder controle.
Al zouden we dat graag willen, soms.
Een reactie posten