donderdag 11 november 2010

Bijna 50 jaar buren

Dinsdag was ik met collega's van Puurzaam (kwartaalmagazine van Gulpener Bierbrouwerij) in Haarlem voor werk. Het nuttige werd met het aangename verenigd en zo heb ik een paar leuke en gastvrije plekken gezien. Ik was nog nooit eerder in Haarlem geweest. Absoluut een stad om vaker te gaan kijken. Eerste indrukken? Een mooie historisch-rijke en vriendelijke stad. Met grachten en bruggetjes. Met fraaie monumentale panden.

Eind van de middag ging mijn gsm. Er was slecht nieuws. Of ik mijn moeder wilde bellen. Jeetje. Wat nu weer? De telefoon was echter telkens in gesprek. Uiteindelijk lukte het me toen ik ergens bij een benzinestation stond. Het was namelijk de bedoeling om even snel iets te eten. Toos Hofstede (Marketing Strategy & Communicatie Gulpener Bierbrouwerij) en Rob Oostwegel (fotograaf) keken bedenkelijk naar wat er in de vitrine lag. Ja. Ik deelde hun desillusie volkomen. We barstten van de honger, alledrie. Maar er zijn grenzen.

Eindelijk dan had ik mijn moeder aan de lijn. En ze wilde aanvankelijk niks zeggen. Maar ik liep al anderhalf uur rond met onzekerheid omtrent het slechte nieuws. Had zelfs een nichtje al gebeld om te informeren of er misschien iets met haar vader was. Maar op dat front was alles in orde. Mijn moeder gaf na enig aandringen toe. Al wilde ze het me liever als ik weer thuis was vertellen. Omdat ik nog moest rijden, zo dacht ze. Nee, we zijn met de auto van de fotograaf. En hij rijdt.

Riet is overleden. Dreun. Wat zeg je? Riet is overleden. De buurvrouw. Tante Riet, zo noemden we haar toen we nog kinderen waren. Ze is dinsdagochtend om half negen door een andere buurvrouw gevonden die meteen mijn moeder om hulp vroeg. Samen hebben ze 112, de huisarts en de ambulance gebeld, geregeld en opgevangen. Riet is maandagavond stilletjes op de bank ingeslapen. Ze voelde zich al een paar dagen niet zo lekker en zou dinsdagochtend samen met de betreffende buurvrouw naar het ziekenhuis gaan. Maar het lot besliste anders.

Een paar dagen geleden spraken mijn moeder en Riet elkaar nog aan de telefoon, omdat ze op 4 november 1964 de sleutels van hun woning hadden gekregen. En dat ze al 46 jaar naast elkaar woonden. Lief en leed deelden. (Kinder)ziekten, tegenslagen, verjaardagen, eurovisie songfestivals, voetbalwedstrijden op de televisie. Moeilijke tijden, verlies van een zoon, verlies van een echtgenoot. Kopjes suiker. Uien. Een teentje knoflook. Shag en sigaretten. Zelfgemaakte taart van Oma Poismans. In 2014 zouden ze 50 jaar buren zijn. En zouden ze gegarandeerd een feestje houden. Maar het lot besliste anders.

Eerder deze avond reed ik mijn ouders en buurvrouw naar de DELA om afscheid te nemen. We ontmoetten er enkele (oud)koorleden van Ascension, het koor waar Riet en haar man Paul in de jaren zeventig en tachtig veel voor betekenden. En andersom. Hun twee dochters waren koorlid. Freddy en ik waren koorlid. Andere kinderen uit de buurt ook. Daarom. Je bent deel van elkaars leven. Elkaars verleden.

Ik eet soms boterhammen met pindakaas en komkommer. Hartstikke lekker. Dat was een tip van de buurvrouw. Zo zeg ik het ook als ik deze lekkernij-wijsheid aan anderen doorgeef. Een tip van de buurvrouw. En zo zijn er nog talloze andere kleine dingen die wortel hebben in een gezamenlijk verleden, een gezamenlijk leven.

Riet bracht haar jeugd door in Santpoort. Dat is op amper vijftien minuten van... Haarlem. Toen we dinsdag naar huis reden zag ik de bewegwijzeringsborden met naamplaatsen. Ik zag ergens Santpoort staan en moest onwillekeurig glimlachen. Want Riet zal in haar jeugd door de straten van Haarlem hebben geslenterd. Net zoals ik deed, enkele uren voordat ik van haar overlijden op de hoogte werd gebracht.

We hebben vroeger uren bij haar thuis gebabbeld over de dingen des levens. Want daar hield ze van. En ik ook, als serieuze opgroeiende tiener. Ondertussen thee drinkend en sigaretjes rokend.

Toen ik mijn ouders en buurvrouw bij hen thuis afzette, ging mijn blik als vanzelf naar het raam van 105. Er brandde een klein schemerlampje, zoals ik zo vaak zag. Het is een gewoonte om even te kijken. Als Riet op de fiets langsfietste, zwaaide ze altijd bij ons naar binnen. Een gewoonte, zonder te wachten of er iemand terugzwaaide. Zoals ook het even bij haar naar het raam kijken een gewoonte is. Soms zag je er beweging en zwaaide je. Nu echter werd ik plots overvallen door een intense dofheid. Ik reed snel weg, mijn ouders stonden nog aan hun voordeur. Tja. Nu is alles anders. Het voelt aan als het einde van een tijdperk. En dat is het ook.

Dag, tante Riet. De groetjes voor oom Paul en Oma Poismans. En bedankt voor alle gezellige momenten in de jeugd en tienerjaren.

Geen opmerkingen: